Je hebt ondertussen veel verschillende dingen geleerd over programmeren in Python, zoals variabelen, datatypes, operatoren, de print functie, for-loops, en hoe je een subtotaal kan bijhouden. In deze oefening ga je al je kennis combineren om een algoritme te maken. Dat wil zeggen dat je moet plannen hoe de functie stap voor stap moet werken, en het daarna pas kan implementeren.
Desoxyribonucleïnezuur, beter bekend als DNA (van het Engelse Deoxyribonucleic Acid), is het biologische macromolecuul dat in alle levende cellen de basis vormt van erfelijkheid. DNA is een zeer lang polymeer, en bevat de genetische instructies voor de ontwikkeling, het functioneren, de groei en de voortplanting van alle bekende organismen en vele virussen.
Het bestaat uit twee DNA-strengen (ketens van de bouwstenen genaamd nucleotiden), die in een dubbele helix met elkaar verbonden zijn. Een nucleotide bevat één van vier verschillende stikstofbasen: Adenine (A), Cytosine (C), Guanine (G), en Thymine (T). De volgorde van deze basen in een DNA-streng bepaalt de genetische code van een organisme.

Het volledige DNA van de mens bestaat uit ongeveer 3 miljard basenparen of dus ongeveer 6 miljard nucleotiden. Wij gaan in deze oefening een heel klein deel van één van deze DNA-strengen beschouwen, en tellen hoe vaak elke van de vier basen (A, C, G, T) voorkomt in de streng. Dit heeft in de biologie weinig praktische toepassingen, maar het is een goed voorbeeld van een probleem dat je kan oplossen met programmeren, en het is een goede opwarming voor de volgende oefening waarin we de tweede DNA-streng gaan maken die complementair is aan de eerste.
DNA (biologie). (2026, 7 maart). Wikipedia, . Opgehaald 18 maart, 2026 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=DNA_(biologie)&oldid=70805059.
DNA structure and replication. (2020). QCE Biology Revision, . Opgehaald 18 maart, 2026 van https://qcebiologyrevision.com/year12/unit4topic1/dna-structure-and-replication/2/.
Maak een functie
| Invoer | → | Verwachte returnwaarde | Uitleg |
|---|---|---|---|
| → | [2, 2, 2, 2] |
De DNA-streng bevat 2 keer A, 2 keer C, 2 keer G, en 2 keer T. | |
| → | [4, 2, 1, 1] |
De DNA-streng bevat 4 keer A, 2 keer C, 1 keer G, en 1 keer T. | |
| → | [4, 1, 0, 2] |
De DNA-streng bevat 4 keer A, 1 keer C, 0 keer G, en 2 keer T. | |
| → | [0, 0, 0, 0] |
De DNA-streng bevat 0 keer A, 0 keer C, 0 keer G, en 0 keer T. |
Een string is eigenlijk een lijst van karakters. Je kan dus een for-loop gebruiken om elk karakter (nucleotide) in de string één voor één te bekijken.