Oefeningen: Logische en Vergelijkingsoperatoren

In deze oefeningen test je je kennis over logische en vergelijkingsoperatoren in C#. Probeer bij elke oefening eerst zelf het antwoord te bedenken voordat je op “Toon oplossing” klikt.

Deel 1: Basis Vergelijkingen

Oefening 1: Kleiner dan

Gegeven de volgende variabelen:

int a = 10;
int b = 20;

Is de volgende expressie true of false?

a < b
Toon oplossing

True. Want 10 is inderdaad kleiner dan 20.


Oefening 2: Gelijk aan

Gegeven de volgende variabelen:

int x = 5;
int y = 5;

Is de volgende expressie true of false?

x == y
Toon oplossing

True. De operator == controleert of twee waarden gelijk zijn. 5 is gelijk aan 5.


Oefening 3: Ongelijk aan

Gegeven de volgende variabelen:

int p = 10;
int q = 15;

Is de volgende expressie true of false?

p != q
Toon oplossing

True. De operator != betekent “niet gelijk aan”. 10 is niet gelijk aan 15, dus de uitspraak is waar.


Oefening 4: Modulo (Restwaarde)

Gegeven de volgende variabele:

int getal = 10;

Is de volgende expressie true of false?

getal % 2 == 0
Toon oplossing

True. De modulo operator % geeft de rest bij deling. 10 % 2 is 0 (want 10 is even). De vergelijking 0 == 0 is dus waar. Dit is de standaard manier om te checken of een getal even is.


Deel 2: Logische Operatoren

Oefening 5: Logische EN (AND)

Gegeven de volgende variabelen:

int leeftijd = 25;
bool heeftRijbewijs = true;

Is de volgende expressie true of false?

leeftijd > 18 && heeftRijbewijs
Toon oplossing

True. Beide voorwaarden moeten waar zijn:

  1. leeftijd > 18 is waar (25 > 18).
  2. heeftRijbewijs is waar. Dus het totaal is true.

Oefening 6: Logische OF (OR)

Gegeven de volgende variabelen:

int score = 40;
bool heeftBonus = true;

Is de volgende expressie true of false?

score >= 50 || heeftBonus
Toon oplossing

True. Minstens één van de voorwaarden moet waar zijn:

  1. score >= 50 is niet waar (40 is niet groter of gelijk aan 50).
  2. heeftBonus is wel waar. Omdat één deel waar is, is het totaal true.

Oefening 7: Logische NIET (NOT)

Gegeven de volgende variabele:

bool isRegenachtig = false;

Is de volgende expressie true of false?

!isRegenachtig
Toon oplossing

True. De ! operator draait de waarde om. isRegenachtig is false, dus !isRegenachtig wordt true.


Deel 3: Geavanceerd

Oefening 8: Combinatie

Gegeven de volgende variabelen:

int a = 5;
int b = 10;
int c = 15;

Is de volgende expressie true of false?

(a < b) && (b > c)
Toon oplossing

False. We bekijken beide delen:

  1. a < b (5 < 10) is true.
  2. b > c (10 > 15) is false. Bij een EN-relatie (&&) moeten beide kanten waar zijn. Omdat het tweede deel onwaar is, is de hele expressie false.

Oefening 9: String Vergelijking

Gegeven de volgende variabele:

string naam = "Jan";

Is de volgende expressie true of false?

naam == "jan"
Toon oplossing

False. Strings in C# zijn hoofdlettergevoelig (case-sensitive). “Jan” is niet hetzelfde als “jan”.


Oefening 10: Volgorde van bewerkingen (Precedence)

Gegeven de volgende variabelen:

bool a = true;
bool b = false;
bool c = false;

Is de volgende expressie true of false?

a || b && c
Toon oplossing

True. De && (EN) operator heeft voorrang op de || (OF) operator. De expressie wordt dus gelezen als: a || (b && c).

  1. b && c (false && false) is false.
  2. Dan blijft over: a || false.
  3. true || false is true.