Deze voorbeeldopgave is bedoeld om je vertrouwd te maken met zowel de manier waarop de opgaven beschreven worden als met de invoer- en uitvoertechniek die gebruikt wordt tijdens de wedstrijd.
Je dient deze opgave succesvol in te dienen in het domjudge wedstrijdsysteem alvorens je inschrijving finaal is.

Opgave

Gegeven een aantal lijsten van natuurlijke getallen, bepaal dan wat het minimum en het maximum is van elke lijst.
Als er k lijsten zijn heb je dus k minima en k maxima.

Invoer

De invoer begint met een regel met een geheel getal k dat het aantal te verwerken lijsten voorstelt.
Vervolgens krijg je voor elke lijst eerst een regel met een geheel getal n > 0 dat aangeeft hoeveel getallen in de lijst staan.
Daarna volgen n regels met op elke regel een geheel getal uit de lijst.
Daarna komt de volgende lijst. Alle regels eindigen met een newline.
Je mag ervan uitgaan dat alle getallen strikt positief zijn en bovendien kleiner zijn dan 1000.

Uitvoer

Voor elk geval bevat de uitvoer 1 enkele regel met daarop drie natuurlijke getallen, het volgnummer van het testgeval (gaandevan 1 t.e.m. k), het minimum van de lijst en het maximum van de lijst, gescheiden door 1 spatie.

Voorbeeld

Invoer:

3
3
23
42
13
2
100
97
1
42

Uitvoer:

1 13 42 
2 97 100
3 42 42