Drop hier links of afbeeldingen om ze aan de editor toe te voegen.

## Oef - 9.5: Controlevragen – Inferentiële statistiek en ANOVA

Beantwoord de volgende meerkeuzevragen over de logica van inferentiële statistiek, hypothesetoetsing en variantieanalyse.

Vul voor elke vraag het nummer van je antwoord in (bijv. vraag1 <- 2).


Vragen

1) Welke hypothesen kun je met een variantieanalyse testen?

  1. Dat er een significant verband is tussen twee nominale variabelen
  2. Dat het gemiddelde van een metrische variabele verschilt tussen twee of meer groepen
  3. Dat een correlatieëfficiënt significant verschilt van nul
  4. Dat twee variabelen normaal verdeeld zijn

2) Welke toetsingsgrootheid gebruik je bij de variantieanalyse?

  1. De t-waarde
  2. De z-waarde
  3. De chi-kwadraatwaarde
  4. De F-waarde

3) Wat gebeurt er met de F-waarde als de tussengroepsvariantie groter is dan de binnengroepsvariantie?

  1. De F-waarde wordt kleiner dan 1
  2. De F-waarde wordt groter dan 1
  3. De F-waarde blijft gelijk aan 1
  4. De F-waarde wordt negatief

4) Wat gebeurt er met de p-waarde naarmate de F-waarde groter is?

  1. De p-waarde wordt groter (minder significant)
  2. De p-waarde blijft gelijk
  3. De p-waarde wordt kleiner (meer kans om H₀ te verwerpen)
  4. De p-waarde fluctueert willekeurig

5) Bij een regressieanalyse gebruik je een F-toets om…

  1. Te testen of het regressiemodel significant meer variantie verklaart dan het nulmodel
  2. Te testen of de richtingscoëfficiënt β significant verschilt van nul
  3. Te testen of de residuen normaal verdeeld zijn
  4. Te controleren of er multicollineariteit bestaat

6) Wat betekent het als je bij de F-toets van een regressie p < 0.05 vindt?

  1. Er is een sterke correlatie tussen X en Y
  2. De regressielijn past perfect bij de data
  3. Het regressiemodel verklaart statistisch significant meer variantie dan verwacht op basis van toeval
  4. De intercept is significant verschillend van nul

7) Welke toets wordt bij regressieanalyse ook gebruikt (naast de F-toets)?

  1. De chi-kwadraattoets
  2. De t-toets voor individuele regressiecoëfficiënten
  3. De Mann-Whitney U-toets
  4. De Levene-toets