Je kunt analyseren hoe een programma werkt door per regel bij te houden wat de waarden van de variabelen zijn. Dat heet traceren.
Bij de volgende code:
getal1 = 2
getal2 = 3
getal3 = getal1 * getal2
hoort deze tracetabel:
| Code | getal1 |
getal2 |
getal3 |
|---|---|---|---|
getal1 = 2 |
2 | — | — |
getal2 = 3 |
2 | 3 | — |
getal3 = getal1 * getal2 |
2 | 3 | 6 |
Tip: je kunt ook print() gebruiken om tussendoor de waarden van variabelen af te drukken:
getal1 = 2
print("getal1:", getal1)
getal2 = 3
print("getal1:", getal1, "getal2:", getal2)
getal3 = getal1 * getal2
print("getal1:", getal1, "getal2:", getal2, "getal3:", getal3)