Drop hier links of afbeeldingen om ze aan de editor toe te voegen.

Wat hebben we bereikt in Hoofdstuk 4?

In dit leerpad heb je geleerd hoe kansrekenen criminologen helpt om onzekerheid zorgvuldig te beschrijven. Je begrijpt nu dat een kans altijd tussen 0 en 1 ligt en dat een kans geen zekerheid of bewijs van causaliteit is. Je kan Laplace-kansen, experimentele kansen en subjectieve kansen van elkaar onderscheiden. Je kan een kansvraag vertalen naar een unie, doorsnede, complement of voorwaardelijke kans, en vervolgens de passende som-, product- of complementregel kiezen. Daarbij weet je waarom disjuncte gebeurtenissen niet hetzelfde zijn als onafhankelijke gebeurtenissen.

Daarnaast leerde je hoe je uit een kruistabel marginale, gezamenlijke en voorwaardelijke kansen berekent. Je kan de richting van een voorwaardelijke kans herkennen en de juiste groep als noemer gebruiken. Voor telproblemen kan je nu bepalen of de volgorde belangrijk is en vervolgens werken met faculteiten, permutaties, combinaties en rangschikkingen met herhaalde objecten. In de optionele verdieping heb je deze telregels ook toegepast in een eenvoudige binomiale kans. Deze inzichten vormen de basis voor kansverdelingen en voor de statistische inferentie die later in het leerpad volgt.

Vooruitblik naar Hoofdstuk 5

In het volgende hoofdstuk verschuift de aandacht van afzonderlijke gebeurtenissen naar kansverdelingen. Je leert hoe de normale verdeling wordt bepaald door het gemiddelde en de standaardafwijking, en hoe de 68%–95%–99,7%-regel helpt om veelvoorkomende en uitzonderlijke waarden te herkennen. Daarna zet je ruwe scores met z-scores om naar de standaardnormale verdeling en leer je oppervlaktes onder de curve als proporties en kansen interpreteren. Zo bouw je verder op het kansbegrip uit dit hoofdstuk en leg je de basis voor latere inferentiële analyses.