Een onderzoeker registreert per maand het aantal inbraken: 0, 2, 5, 1, …
Leerdoel: het meetniveau van een telling herkennen.
Welk meetniveau heeft ‘aantal inbraken’? 1 = nominaal; 2 = ordinaal; 3 = interval; 4 = ratio.
Vul één antwoord in op de lege plaats in het codebestand.