Bibliotheken, boekhandels en uitgevers gebruiken ISBN-nummers om boeken uniek te identificeren.
Een ouder type ISBN bestaat uit 10 cijfers en wordt een ISBN-10 genoemd.
Het laatste cijfer is geen willekeurig getal: het is een controlecijfer dat berekend wordt uit de eerste 9 cijfers.
Met dit controlecijfer kan een computersysteem snel controleren of een ISBN correct werd ingevoerd.
Als één cijfer verkeerd wordt getypt, zal de controle meestal mislukken.
Jij schrijft een programma dat controleert of een ISBN-10 nummer geldig is.
Vraag aan de gebruiker 10 cijfers afzonderlijk.
Gebruik de volgende variabelen:
Alle waarden zijn 1 cijfer.
d10 is het controlecijfer.
De controle gebeurt met de volgende formule: (1 x d1) + (2 x d2) + (3 x d3) + (4 x d4) + (5 x d5) + (6 x d6) + (7 x d7) + (8 x d8) + (9 x d9)
Daarna bereken je van die som, de rest bij deling door 11 (modulus). Bijvoorbeeld de restwaarde (modulus) van 35 gedeeld door 11 is 2.
Vergelijk het berekende controlecijfer met het ingegeven controlecijfer (d10).
Als controle_berekend niet gelijk is aan d10, toont het programma:
Ongeldig ISBN-nummer.
anders toont het programma
Geldig ISBN-nummer.