Gebruik de volgende dictionary:
dierentuin = {
"Leeuw": {"soort": "Zoogdier", "verblijf": "Savanne", "dieet": ["vlees"], "aantal": 2},
"Pinguïn": {"soort": "Vogel", "verblijf": "Poolgebied","dieet": ["vis", "kril"], "aantal": 15},
"Python": {"soort": "Reptiel", "verblijf": "Terrarium", "dieet": ["muizen", "ratten"], "aantal": 3},
"Olifant": {"soort": "Zoogdier", "verblijf": "Savanne", "dieet": ["planten", "fruit", "bladeren"], "aantal": 1},
"IJsbeer": {"soort": "Zoogdier", "verblijf": "Poolgebied","dieet": ["vlees"], "aantal": 2}
}
Deel 1: Bepaal het totale aantal dieren en druk af met Het totaal aantal dieren is:.
Deel 2: Bepaal hoeveel zoogdieren er zijn (tel de aantal-waarden van alle dieren met soort == "Zoogdier") en druk af met Het aantal zoogdieren in de dierentuin is:.
Verwachte uitvoer:
Het totaal aantal dieren is: 23
Het aantal zoogdieren in de dierentuin is: 5