Bij een permutatie worden alle verschillende objecten gerangschikt en levert een andere volgorde een nieuwe uitkomst op.
Bereken:
Gebruik:
\[n!=n(n-1)(n-2)\cdots 2\cdot1\]Vul op beide lege plaatsen een geheel getal in.
Invoer: Gebruik een punt (.) als decimaalteken, niet een komma (,). Zet geen komma na het antwoord.