Je hebt geleerd hoe je functies maakt met een if-elif-else-statement. Zie hieronder nog eens twee voorbeelden:
def PositiefOfNegatief(x):
if x > 0:
tekst = "Dit getal is positief"
elif x < 0:
tekst = "Dit getal is negatief"
else:
tekst = "Dit is het neutrale getal 0"
return tekst
| Invoer | → | Verwachte returnwaarde |
|---|---|---|
| → | "Dit getal is positief" |
|
| → | "Dit getal is negatief" |
|
| → | "Dit is het neutrale getal 0" |
def Grootste(x, y):
if x > y:
grootste = x
elif x < y:
grootste = y
else:
grootste = "De getallen zijn even groot."
return grootste
| Invoer | → | Verwachte returnwaarde |
|---|---|---|
| → | 8 |
|
| → | 1 |
|
| → | 100 |
|
| → | "De getallen zijn even groot." |
Maak een functie genaamd
"Geen positief getal" terug."Even" terug."Oneven" terug.| Invoer | → | Verwachte returnwaarde |
|---|---|---|
| → | "Oneven" |
|
| → | "Even" |
|
| → | "Geen positief getal" |
|
| → | "Geen positief getal" |
Gebruik de modulus-operator % om te controleren of een getal even of oneven is. Een getal is even als er bij deling door 2 een rest van 0 is, anders is het oneven.
De modulus-operator % geeft de rest van een deling terug. Bijvoorbeeld:
| Expressie | → | Uitkomst | Uitleg |
|---|---|---|---|
10 % 2 |
→ | 0 |
Want 10 gedeeld door 2 is 5, met een rest van 0 |
7 % 2 |
→ | 1 |
Want 7 gedeeld door 2 is 3, met een rest van 1 |
23 % 4 |
→ | 3 |
Want 23 gedeeld door 4 is 5, met een rest van 3 |
We moeten kijken of een getal x even is. Dat kan je doen door te controleren of x % 2 gelijk is aan 0:
x % 2 == 0
Als dat waar is, dan is x even. Als dat niet waar is, dan is x oneven.