Een boer wil een rechthoekige weide afsluiten met ijzerdraad. Om de afsluiting stevig genoeg te maken, spant hij dubbele draad: rond de hele weide komen twee rijen draad te liggen.
De omtrek van een rechthoek is 2 · (lengte + breedte). Omdat de boer rondom
twee rijen draad spant, heeft hij dus twee keer die omtrek aan ijzerdraad nodig:
Schrijf een programma dat eerst de lengte en dan de breedte van de weide in meter inleest (gehele getallen) en berekent hoeveel meter ijzerdraad de boer nodig heeft. Toon het resultaat zo:
Je hebt x meter ijzerdraad nodig.
Vervang x door het berekende aantal meter (een geheel getal).
Invoer:
10
5
Uitvoer:
Je hebt 60 meter ijzerdraad nodig.
In dit voorbeeld is de omtrek 2 · (10 + 5) = 30 meter; met dubbele draad heb je 2 × 30 = 60 meter nodig.
Invoer:
0
0
Uitvoer:
Je hebt 0 meter ijzerdraad nodig.