Inleiding

Op de spoedafdeling van een ziekenhuis worden patiënten op basis van hun medische situatie ingedeeld in drie categorieën:

Deze triage wordt in werkelijkheid uitgevoerd door een verpleegkundige of arts die de nodige expertise bezit. In deze opgave gaan we de zaak vereenvoudigen, en de triage toevertrouwen aan een eenvoudig algoritme. Specifiek kijken we naar vijf parameters:

Triage

Een patiënt krijgt de status 'hoge prioriteit' als er voldaan is aan minstens één van volgende voorwaarden:

  1. De patiënt is bewusteloos;
  2. De patiënt heeft een extreme temperatuur (hypothermie of hyperthermie);
  3. De patiënt is een oudere met hypotensie;
  4. De patiënt is verward en vertoont hypotensie;
  5. Als minstens twee van deze mildere symptomen tegelijk voorkomen:
    • de pijnscore is ernstig;
    • de patiënt vertoont hypotensie;
    • het gaat om een kind of een oudere;
    • de patiënt heeft koorts.

Een patiënt krijgt de status 'normale prioriteit' als de situatie niet ernstig genoeg is voor hoge prioriteit maar als er wel voldaan is aan minstens één van volgende voorwaarden:

  1. De pijnscore van de patiënt is ernstig;
  2. De patiënt is een kind met koorts;
  3. De patiënt is verward;
  4. De patiënt is een oudere van wie de bloeddruk hypertensie is.

In alle andere gevallen krijgt de patiënt de status 'lage prioriteit' toegekend.

Opgave

  1. Schrijf een functie interpreteer_bloeddruk(bloeddruk) die, afhankelijk van de situatie, 'hypotensie', 'normaal' of 'hypertensie' teruggeeft.

    Voorbeeldinvoer:

     > interpreteer_bloeddruk(85)
    

    Verwachte uitvoer:

     'hypotensie'
    
  2. Schrijf een functie interpreteer_leeftijd(leeftijd) die, afhankelijk van de situatie, 'kind', 'volwassene' of 'oudere' teruggeeft.

    Voorbeeldinvoer:

     > interpreteer_leeftijd(27)
    

    Verwachte uitvoer:

     'volwassene'
    
  3. Schrijf een functie interpreteer_pijnscore(pijnscore) die, afhankelijk van de situatie, 'beperkt', 'matig' of 'ernstig' teruggeeft.

    Voorbeeldinvoer:

     > interpreteer_pijnscore(8)
    

    Verwachte uitvoer:

     'ernstig'
    
  4. Schrijf een functie interpreteer_temperatuur(temperatuur) die, afhankelijk van de situatie, 'hypothermie', 'normaal', 'koorts' of 'hyperthermie' teruggeeft.

    Voorbeeldinvoer:

     > interpreteer_temperatuur(38.2)
    

    Verwachte uitvoer:

     'koorts'
    
  5. Schrijf een functie triage(bewustzijn, bloeddruk, leeftijd, pijnscore, temperatuur). De parameter bewustzijn is een string. De parameters bloeddruk, leeftijd, pijnscore en temperatuur zijn getallen. Afhankelijk van de medische situatie van de patiënt geeft je functie als uitvoer 'hoge prioriteit', 'normale prioriteit' of 'lage prioriteit'.

    Voorbeeldinvoer:

     > triage('alert', 85, 75, 2, 37.0)
    

    Verwachte uitvoer:

     'hoge prioriteit'
    

    Voorbeeldinvoer:

     > triage('alert', 130, 40, 8, 37.0)
    

    Verwachte uitvoer:

     'normale prioriteit'
    

    Voorbeeldinvoer:

     > triage('alert', 120, 40, 2, 37.0)
    

    Verwachte uitvoer:

     'lage prioriteit'