Voor je een variabele kan gebruiken, moet je ze eerst declareren. Daarna geef je ze een waarde: dat heet initialiseren. We bekijken beide stappen.
Declareren betekent dat je de computer vertelt: “ik wil een variabele met deze naam, en ze zal dit datatype bevatten.” Je reserveert als het ware een leeg doosje met een etiket erop.
int leeftijd;
string naam;
Variabelen van hetzelfde type mag je samen op één regel declareren:
int eersteGetal, tweedeGetal, som;
Je kiest zelf de naam van een variabele, maar er zijn enkele regels:
_, maar geen spaties.getal1 mag, 1getal niet).int, class of
string).Daarnaast is er een sterke gewoonte: schrijf variabelenamen in camelCase — een kleine beginletter en een hoofdletter bij elk volgend woord — en kies een betekenisvolle naam die zegt wat erin zit:
| Goed | Te vermijden |
|---|---|
aantalLeerlingen | x |
gemiddeldePrijs | gp |
Een variabele voor het eerst een waarde geven, noem je initialiseren:
leeftijd = 16;
naam = "Emma";
Het =-teken is hier geen “is gelijk aan” zoals in de wiskunde, maar een
toekenning: het betekent “stop de waarde rechts in de variabele links”.
Meestal doe je beide tegelijk, op één regel:
int leeftijd = 16;
string naam = "Emma";
double pi = 3.14;