Een tekenprogramma krijgt de afmetingen van een rechthoek als tekst, bv. 12,5x8 (lengte x breedte, in meter).
Vraag de afmetingen in de vorm lengtexbreedte en toon:
Geef de afmetingen (lengtexbreedte):
12,5x8
Lengte: 12,5 m
Breedte: 8 m
Oppervlakte: 100 m²
Omtrek: 41 m
Diagonaal: 14,84 m
Tips
- De scheiding tussen lengte en breedte is de kleine letter
x.- De diagonaal bereken je met de stelling van Pythagoras: √(lengte² + breedte²). Gebruik
Math.PowenMath.Sqrt.- Het teken ² kan je kopiëren uit de opgave.
Combi-oefening
In deze oefening combineer je wat je leerde in de vorige hoofdstukken:
- H2 – datatypes (
int,double,string), rekenen en omzetten metConvert- H3 – tekst samenvoegen met string-interpolatie
$"..."- H4 – de
Math-bibliotheek en de string-bibliotheekJe gebruikt geen beslissingen (
if) en geen lussen.
Klasafspraken
- Declareer al je variabelen bovenaan in
Main, apart van de code die ze een waarde geeft.- Gebruik betekenisvolle namen in camelCase.
- Een stringmethode verandert de string niet zelf: bewaar het resultaat, bv.
naam = naam.ToUpper();.