In de tijd van de Romeinen werden getallen weergegeven met behulp van letters.

De Arabische cijfers werden slechts vanaf de 15de eeuw als nieuwe standaard in Europa gebruikt. Romeinse cijfers kan je nog steeds terugvinden op verschillende historische gebouwen en documenten.

Romeinse cijfers worden opgebouwd met de letters I, V, X, L, C, D en M. De getalwaarde van elke letter is weergegeven in de figuur rechts.
Om de getalwaarde van een Romeins cijfer te bepalen worden de letters van rechts naar links overlopen. De getalwaarde van elke letter wordt opgeteld, behalve indien de waarde van de huidige letter kleiner is dan de waarde van de letter rechts ervan, dan wordt de getalwaarde afgetrokken.
Bekijk de eerste 100 getallen als Romeins cijfer.
Hieronder een paar voorbeelden:
Schrijf een hoofdprogramma dat één Romeinse cijfer inleest. Bepaal de getalwaarde van dit Romeinse cijfer en schrijf dit uit.
Gebruik geen dictionary om de waarde van een cijfer te bepalen!!
Je mag veronderstellen dat enkel geldige Romeins cijfers ingegeven worden, er worden enkel hoofdletters gebruikt.
Het romeinse cijfer dat werd ingelezen: CXI
>>> main()
111
Het romeinse cijfer dat werd ingelezen: MCMXXVII
>>> main()
1927