In deze eerste oefening maak je kennis met drie basisgereedschappen uit de string-bibliotheek: Length, ToUpper() en ToLower().
Vraag de voornaam van de gebruiker en toon:
Stap 1 – Variabelen declareren. Je hebt een string nodig voor de naam en een int voor het aantal tekens. De boilerplate geeft je al een start.
Stap 2 – Invoer. Toon de vraag Wat is je voornaam? en bewaar het antwoord:
voornaam = Console.ReadLine();
Stap 3 – Aantal tekens. Length geeft het aantal tekens van een string. Let op: Length is een eigenschap, je schrijft geen haakjes.
aantalTekens = voornaam.Length;
Stap 4 – Hoofdletters en kleine letters. ToUpper() en ToLower() geven een nieuwe string terug. Bewaar die in een eigen variabele, bv. hoofdletters = voornaam.ToUpper();.
Stap 5 – Uitvoer. Toon de drie regels met string-interpolatie ($"..."), exact zoals in het voorbeeld.
Wat is je voornaam?
Lotte
Je naam telt 5 tekens.
In hoofdletters: LOTTE
In kleine letters: lotte
Theorie nodig?
Herbekijk de presentatie Werken met strings of lees in Zie Scherp Scherper: Tekst gebruiken in code en Strings samenvoegen.
Klasafspraken
- Declareer al je variabelen bovenaan in
Main, apart van de code die ze een waarde geeft.- Gebruik betekenisvolle namen in camelCase.
- Een stringmethode verandert de string niet zelf: bewaar het resultaat, bv.
naam = naam.ToUpper();.