Een deler van een getal is een getal waardoor je het deelt zonder rest. Zo
zijn de delers van 6 de getallen 1, 2, 3 en 6.
Een priemgetal is een getal dat enkel deelbaar is door 1 en door
zichzelf. Het heeft dus precies twee delers. 2, 3, 5 en 7 zijn
priemgetallen; 1 is dat niet (het heeft maar één deler).
Schrijf een programma dat een geheel getal n inleest (met een maximum van
100). Voor elk getal van 1 tot en met n toont het programma op een eigen
regel het getal, gevolgd door al zijn delers. Is het getal een priemgetal, dan
zet het programma er (Priemgetal) achter.
Gebruik exact dit formaat per regel:
getal: deler1, deler2, ...
en bij een priemgetal:
getal: deler1, deler2 (Priemgetal)
Invoer:
5
Uitvoer:
1: 1
2: 1, 2 (Priemgetal)
3: 1, 3 (Priemgetal)
4: 1, 2, 4
5: 1, 5 (Priemgetal)
Invoer:
1
Uitvoer:
1: 1
(1 is geen priemgetal, dus er komt geen (Priemgetal) achter)