Hoeveel keer draait je fietswiel rond op een rit? Dat hangt af van de omtrek van je wiel en van de afgelegde afstand.
Schrijf een programma dat de diameter van een fietswiel (in cm) en een afgelegde afstand (in meter) inleest, en daaruit berekent hoeveel omwentelingen de wielen maken. Lees eerst de diameter in, daarna de afstand.
Je hebt twee stappen nodig:
Let op de eenheden! De diameter en dus de omtrek zijn in cm, maar de afstand wordt in meter ingegeven. Reken de afstand eerst om naar cm (1 m = 100 cm) vóór je deelt, anders kloppen je omwentelingen niet.
Rond de omtrek en het aantal omwentelingen af op 2 cijfers na de komma. Toon eerst de omtrek, dan het aantal omwentelingen.
Invoer:
66
1000
Uitvoer:
De omtrek is 207.35 cm
Het aantal omwentelingen is 482.29
Invoer:
70
500
Uitvoer:
De omtrek is 219.91 cm
Het aantal omwentelingen is 227.36
Decimale getallen geef je in met een punt, niet met een komma.