Een geheim agent maakt een geheime code op basis van een codenaam. Schrijf een programma dat een codenaam inleest en vervolgens enkele eigenschappen ervan afdrukt.
Opdracht
Voer de volgende bewerkingen uit op de ingevoerde codenaam:
a door @
en elke kleine letter e door 3.Je mag ervan uitgaan dat de codenaam, na het verwijderen van de randspaties, minstens vier tekens lang is.
Voorbeeld 1
Invoer:
panter
Uitvoer:
Eerste teken: p Derde teken: n Eerste drie tekens: pan Hoofdletters: PANTER Vervangingen: p@nt3r Geheime code: paer
Voorbeeld 2
Invoer:
Len Lemeire
Uitvoer:
Eerste teken: L Derde teken: n Eerste drie tekens: Len Hoofdletters: LEN LEMEIRE Vervangingen: L3n L3m3ir3 Geheime code: Lere
Let op: verwijder eerst de randspaties voordat je de andere bewerkingen uitvoert. Spaties binnen de codenaam blijven behouden.