De uitbater van een schoenwinkel wil snel het totaal te betalen bedrag kunnen berekenen. Een paar schoenen kost 100 EUR. Wie 2 of meer paar schoenen koopt, krijgt 25 % korting op het hele bedrag.
Schrijf een programma dat het aantal paren schoenen inleest en het te betalen bedrag berekent. Rond af op twee cijfers na de komma en toon het zo:
Het totaal te betalen bedrag bedraagt: x EUR
Vervang x door het berekende bedrag (met een punt als decimaalteken).
Het aantal paren kan niet negatief zijn. Krijg je toch een negatief getal binnen, toon dan deze foutmelding (en bereken geen bedrag):
Fout: het aantal paren schoenen kan niet negatief zijn
Invoer: (één paar, geen korting)
1
Uitvoer:
Het totaal te betalen bedrag bedraagt: 100.00 EUR
Invoer: (twee paar, 25 % korting op 200 EUR)
2
Uitvoer:
Het totaal te betalen bedrag bedraagt: 150.00 EUR
Invoer: (negatief aantal)
-2
Uitvoer:
Fout: het aantal paren schoenen kan niet negatief zijn