Drop hier links of afbeeldingen om ze aan de editor toe te voegen.

Elke functie heeft drie onderdelen:

Onderdeel Beschrijving
Naam De naam van de functie, bijv. max of round
Argumenten De invoer die je meegeeft tussen de haakjes
Retourwaarde De uitkomst die de functie teruggeeft

Voorbeeld met max():

grootste = max(-4, 2, 6)
print(grootste)  # 6

Voorbeeld met pow():

basis = 2
exponent = 3
antwoord = pow(basis, exponent)  # bereken 2 tot de macht 3
print(antwoord)  # 8

Niet elke functie heeft een retourwaarde. print() geeft niets terug — het drukt alleen iets af op het scherm.

Naamgevingsconventie: functienamen schrijf je in camelCase en beginnen met een werkwoord, bijv. berekenOppervlakte() of drukAf().