
In Romeinse cijfers werd de getalwaarde berekend van een getal in Romeinse cijfers. Herneem die oefening, en schrijf nu twee functies, zoals hieronder beschreven.
Schrijf de functie waarde die de getalwaarde teruggeeft van de letter die als argument wordt meegegeven.
Indien het argument meer dan één letter bevat geef je 0 terug. Indien de letter niet gebruikt wordt als Romeins cijfer, dan geef je ook 0 terug.
Schrijf de functie rom2dec die de getalwaarde berekent van een getal in Romeinse cijfer, dat als enige argument wordt meegegeven.
Je mag veronderstellen dat het argument een geldig getal in Romeinse cijfers bevat. Er worden enkel hoofdletters gebruikt.
Gebruik verplicht de functie waarde - dit wordt gecontroleerd in Dodona
>>> waarde("X")
10
>>> waarde("Q")
0
>>> waarde("IX")
0
>>> rom2dec("MDXI") #doctest:
1511
>>> rom2dec("MDXIV") #doctest:
1514