Een onderzoeker bestudeert bij 50 politieagenten de relatie tussen fysieke bekwaamheid (X) en jaarsalaris (Y). Ze vermoedt dat het aantal dienstjaren (Z) beide variabelen beïnvloedt — meer dienstjaren gaat gepaard met zowel een lager fitnessgehalte als een hoger salaris door anciënniteit. De bivariate correlatie tussen X en Y lijkt hierdoor vertekend.
Uit eerder onderzoek is de volgende correlatietabel beschikbaar:
Tabel 1
Correlatietabel van fysieke bekwaamheid, jaarsalaris en dienstjaren (n = 50)
| Variabele | X (Fysieke bekwaamheid) | Y (Jaarsalaris) | Z (Dienstjaren) |
|---|---|---|---|
| X (Fysieke bekwaamheid) | 1 | -0.44 | -0.68 |
| Y (Jaarsalaris) | -0.44 | 1 | 0.82 |
| Z (Dienstjaren) | -0.68 | 0.82 | 1 |
Variabelen:
Onderzoeksvraag: Wat is de partiële correlatie tussen fysieke bekwaamheid en jaarsalaris, na uitschakeling van het effect van dienstjaren?
Uit de correlatietabel herleid je ook de r^2-waarden:
| r | r^2 | |
|---|---|---|
r_XY (Fysieke bekwaamheid – salaris) |
−0,44 | 0,19 |
r_XZ (Fysieke bekwaamheid – dienstjaren) |
−0,68 | 0,46 |
r_YZ (Salaris – dienstjaren) |
0,82 | 0,67 |
Je berekent alles met de hand (rekenmachine mag). In R vul je enkel je eindresultaten in. Rond alle tussenresultaten af op 4 decimalen.
r_XY (2 decimalen)r_XZ (2 decimalen)r_YZ (2 decimalen)r_XY_teller (4 decimalen)r_XY_noemer (4 decimalen)r_XY.Z: r_XY_Z (4 decimalen)conclusie_type