Een leerkracht wil snel kunnen controleren of een leerling geslaagd is voor een overhoring. In het secundair onderwijs ben je geslaagd vanaf 50%.
Schrijf een functie Geslaagd(behaald, totaal) die bepaalt of een leerling geslaagd is.
De functie ontvangt:
het aantal behaalde punten;
het totaal aantal punten van de overhoring.
De functie geeft een booleaanse waarde terug:
true als de leerling geslaagd is;
false als de leerling niet geslaagd is.
Gebruik deze functie vervolgens in een hoofdprogramma.
Bijvoorbeeld:
Geslaagd(20, 30) // heeft true als resultaat
Geslaagd(5, 20) // heeft false als resultaat
Lees eerst het behaalde aantal punten in, daarna het totale aantal
punten. Toon Geslaagd als de functie true teruggeeft, en Niet geslaagd als
ze false teruggeeft.
Invoer:
20
30
Uitvoer:
Geslaagd
Invoer:
5
20
Uitvoer:
Niet geslaagd
Let op het randgeval: precies 50 % telt nog als geslaagd.