Drop hier links of afbeeldingen om ze aan de editor toe te voegen.

In dit hoofdstuk heb je het volgende geleerd:
- SQL staat voor Structured Query Language. Het is de standaardtaal om gegevens in een database op te slaan, te bewerken en op te vragen.
- Een query is een vraag aan de database, bijvoorbeeld: “Welke pizza’s kosten minder dan 8 euro?”.
- Een query levert een overzicht op met een deel van de data uit de database.
- Met
SELECT kan je kolommen uit een tabel opvragen en weergeven.
- Na
SELECT gebruik je * om een overzicht van alle kolommen uit een tabel te krijgen.
- Je kunt een kolomnaam in een overzicht hernoemen met
AS.
- Je kunt rekenen met de waarden in een kolom; hiervoor gebruik je
+, -, *, / in de SELECT-statement.